Recanto da Paz, december 2005

Daniëlle (14 jaar) ("I.v.m. de privacy mogen er geen foto's worden geplaatst")

Ik had vriendschap met allerlei jongelui, die veel kattenkwaad uit haalden. Zij gebruikten ook drogas en rookten.
Mijn ouders gingen scheiden. Ik mocht mijn nieuwe stiefvader absoluut niet. Hij sloeg mij en daardoor was ik meer buiten dan thuis. Daarna begon ook mijn moeder mij te slaan, zodat ik nog meer de straat opging.
Mijn echte vader werkt bij missionaris Betty. Hij vroeg aan Donna Betty of het mogelijk was, dat ik naar Recanto da Paz mocht gaan. Zo kwam ik hier terecht. Ik leerde hier nieuwe vriendjes kennen en die hadden dezelfde problemen als mij.
Hier herstelde ik en mijn vrienden op Recanto da Paz zijn ook hersteld.
Ik leerde op Recanto da Paz ook van de Heer te houden. Nu heb ik echt Jezus lief en ik wil voor Hem leven.


Recanto da Paz, december 2005

Diego (14 jaar). ("I.v.m. de privacy mag er geen foto worden geplaatst")

Ik begon met de verkeerde vrienden om te gaan, toen ik pas 12 jaar oud was.
Door deze vrienden kwam ik aan Videogames. Op het laatst deed ik niets anders dan dat. Ik raakte hier totaal verslaafd aan.
Mijn vrienden begonnen mij sigaretten en alcoholische drank te geven, zodat ik ook daar niet van los kon komen.
Zo kwam ik in aanraking met de Moconha. Dat was echt "je van het". Het is echter de pest van de maag, zoals dat hier wordt genoemd.
Vanaf de eerste trek vond ik het lekker en ik werd helemaal dol. Om dit te gebruiken had ik veel geld nodig. Ik werd geleerd om overvallen te plegen met wapens. Ook leerde ik allemaal andere gekke dingen te doen om maar aan geld te komen. Ik was blind geworden voor de werkelijkheid. Zo ging het twee jaren steeds erger met mij. Ik gebuikte steeds meer drugs.
Maar de Heer opende een deurvoor mij. Hij had voor mij een andere weg.
Zo kwam ik in Rio Preto op Recanto da Paz. Daar leerde ik weer om de werkelijkheid onder ogen te zien.
De medewerkers op Recanto da Paz, Donna Betty en Dr. Pimenta lieten zien dat herstel mogelijk was en dat ik mijn leven kon veranderen.
Als je ook verslaafd bent, zoals ik was, kan de Heer ook voor jou een wonder doen. Hij laat je de weg van de werkelijkheid zien. Zolas bij mij, kan er ook bij jou, een wonder gebeuren.


Recanto da Paz, december 2005

Emmerson (14 jaar)

Toen ik nog studeerde, kwam ik op school veel vrienden en vriendinnen tegen. Zij leerden mij veel dingen te doen, die ik niet gewend was. Ik kreeg een vriend, die ook Emmerson heette. Het werd een hele dikke vriend voor mij. Hij beschermde mij en hij zorgde dat ook maar iemand mij kwaad deed.
Op een dag ontdekte ik dat hij lijm snoof. Ik hield niet van die lucht, maar hij bleef aanhouden om het ook te gebruiken. Zo kreeg ik van hem een plasticzak met lijm.
Toen ik probeerde, kreeg ik mijn eerste visioen. Daarna gebeurde het iedere dag, dat ik lijm snoof.
Van daaruit stapte ik over op de Mocanha. Dit spul wordt zeer veel gebruikt op de scholen.
Daarna begon ik Pasta Cocaïne te gebruiken. Al het geld wat ik maar kon bemachtigen, ging hieraan op.
Zo kwam ik ook in straatbendes terecht. Vaak werd ik opgepakt door de politie en dan moest mijn Oma mij weer ophalen van het politiebureau. Nachten kon mijn Oma niet slapen, omdat zij achter mij aan moest.
Omdat ik altijd haantje de voorste wilde zijn, mochten velen mij niet. Zij probeerden mij vaak af te maken.
Altijd droeg ik grote hakmessen bij mij om anderen van mij af te houden. Deze messen gebruikte ik mij mijn vele overvallen.
In deze zelfde toestand van verslaving, was mijn broer Paulinho opgenomen in een centrum voor drugsverslaafden. Ik vroeg hem hoe het daar was en wat er gedaan werd. Ik begon toen ook over mezelf na te denken, want ik zat al onder in de put en kon er alleen niet meer uitkomen.
Op 18 december 2004 kwam mijn broer helemaal hersteld thuis. Ik was al heel wat dagen niet meer thuis geweest. Maar nu wilde ik wel eens zien of hij echt veranderd was. Toen ik hem zag, bleek hij dik, mooi en blij geworden te zijn. Ik begon heel hard te huilen. Paulinho vertelde hoe hij ook in de drugs had gezeten. Hij wilde er nu niets meer van weten. Hij zei dat ik ook moest gaan en dat ik ook vrij kon komen. Ik vroeg aan mijn Oma om mij daarheen te brengen. Mijn Oma heeft mij alle hulp gegeven, zodat ik naar Recanto da Paz kon gaan.
Het is hier geweldig fijn.
Toen werd mijn oude vriend Emmerson ook opgenomen. Hij zei, dat alles grote onzin was en dat je toch niet kon hertstellen. Dit was, volgens hem, allemaal voor slappelingen. Ik liep weg van Recanto da Paz, maar direct daarna had ik daar al weer spijt van. Ik mocht gelukkig terug komen.
Na een tijdje begon ik toch nieuwsgierig te worden en te zoeken naar Jezus. Hij liet mij de weg van de Redding zien. Hier begon mijn herstel en ik begreep dat daarvoor op Recanto da Paz was. Ik begon te bidden en vroeg naar Vrede. Alles veranderde om mij heen. Alles om mij heen was niet vuil en grof meer. Ik zag opeens de mooie dingen van de natuur, van de liefde van de medewerkers die mij hielpen. Ik begreep dat voor God niets onmogelijk is. Ik kreeg mijn Beste Vriend: JEZUS.
Ik had opeens ook veel echte vrienden, die echt van mij houden. Ook kijk ik ook heel anders naar mijn Oma, die zich helemaal heeft ingezet om mij te helpen.
In december ga ik naar huis en ga samen met mijn broer, onze Oma helpen, zodat zij niet meer zo hard hoeft te werken.
Prijs de Heer. Ik ben Vrij.


Recanto da Paz, december 2005

Marcio (11 jaar)

Ik heb geen vader of geen moeder. Een oude tante heeft mij bij zich in huis genomen. Zij kon ij niet aan. Steeds liep ik weg en ik deed allemaal rare dingen. Ik schaam mij daar nu voor.
Mijn tante bracht mij op Recanto da Paz.
Ik weet voor mezelf, als ik hier niet was gekomen, er niets van mij terecht zou komen.
Hier leer ik veel. Ook de weg naar Jezus, die ik heb gemaakt, heeft gezorgd dat ik nu veranderd ben. Ik wil niets meer weten van al die rare dingen die ik heb gedaan. Ook ben ik van de drank af.
Nu ben ik Vrij en ik dank de Heer hie dagelijks voor.
Naar huis kan ik niet, want ik heb geen huis. Op Recanto da Paz heb ik zowel een Vader als een Moeder gevonden, die heel goed voor mij zorgen.

Dank je Tia Betty, Dr. Pimenta, Tio Waldon en alle anderen.


Recanto da Paz, december 2005

Maurice (16 jaar)

Het probleem bij mij begon toen ik met mijn vrienden 's avonds op straat ging spelen. Eerst was het allemaal erg leuk, maar al heel gauw werd er aan mij gevraagd om mee te gaan doen met stelen. ik wilde eerst niet mee.
Ik probeerde er onder uit te komen, door te zeggen dat ik heel bang was en dat ik niet durfde en al die dingen meer.
Bij een van die inbraken verstopte ik mij, toen mijn vrienden aan het stelen waren in het toilet van het huis.
Daar vond ik een blik "Thinner". Ik rookte eraan en vond het wel lekker. Ik bleef doorruiken. Ik heb het daarna meegenomen naar mijn vrienden. Hun heb ik ook laten ruiken. Ook zij vonden het lekker. Zo hebben wij twee maanden lang "Thinner" geroken.
Toen zei een van mijn nichtjes tegen mij, dat lijm die schoenmakers gebruiken, veel lekkerder was. Alleen was is dat spul veel duurder. Met stelen zou ik dat ik makkelijk bij elkaar kunnen krijgen.
Ik kwam heel snel aan een groot blik, waar ik een hele tijd mee kon doen. Ook mijn vrienden deden mee om hiervan te snuiven. Iedere dag werd het meer en meer, dat wij gebruikten.
Zo stal ik alles bij mijn moeder thuis weg om aan geld te komen.
toen mijn moeder niet meer wist, wat zij moest doen, heeft zij mij meegenomen naar het opvangcentrum om te herstellen.
Zo doende kwam ik op Recanto da Paz terecht. Hier leerde ik lotgenoten kennen, die ook met dezelfde problemen zaten. Zij vertelden mij hoe hun leven was veranderd. Nu ben ik zelf ook veranderd.
Ik heb Jezus leren kennen en ik heb een nieuw leven.
Prijs de Heer.

Sitio Ester, mei 2006

Daniëlle (14 jaar)

Ik had vriendschap met allerlei jongelui, die veel kattenkwaad uit haalden. Zij gebruikten ook drugs en rookten.
Mijn ouders gingen scheiden. Mijn moeder trouwde opnieuw. Ik mocht mijn nieuwe stiefvader absoluut niet. Hij sloeg mij en daardoor was ik meer van huis dan thuis. Daarna begon ook mijn moeder mij te slaan, zodat ik nog meer de straat opging.
Mijn echte vader werkt bij missionaris Betty. Hij vroeg aan Donna Betty of het mogelijk was, dat ik naar Recanto da Paz mocht gaan. Zo kwam ik hier terecht. Ik leerde hier nieuwe vriendjes kennen en die hadden dezelfde problemen als ik.
Hier herstelde ik en mijn vrienden op Recanto da Paz zijn ook hersteld.
Ik leerde op Recanto da Paz ook van de Heer te houden. Nu heb ik Jezus  echt lief en ik wil voor Hem leven.

 
Recanto da Paz, maart 2007

Josè Neto (20 jaar)

Tien jaar geleden begon ik te roken, omdat mijn beste vriendje ook rookte. Ik vond roken heel interessant. Ik voelde mij een hele piet. Al snel kwam ik bij dit vriendje thuis. Zijn vader was een drugsverslaafde die mij leerde pastas de cocaina te gebruiken. Vanaf de eerste keer vond ik het geweldig spul. Eerst kreeg ik het van deze vader, maar al heel snel moest ik mee helpen om aan de drugs te komen. Kleine diefstallen, drugs verkopen enz.
Met mijn 12 jaar zat ik tot over mijn oren in de onderwereld. Mijn ouders wisten van niets. Ik wist het heel goed te verbergen. Tot dat mijn moeder op school werd geroepen waar ze een heleboel te horen kreeg. Daarop werd ik door mijn vader letterlijk in elkaar getrapt. Enkele weken kon ik nergens meer heen. Maar zodra ik weer kon lopen, keerde ik terug naar het leventje van de drugs. Ik kwam eigenlijk niet meer thuis (alleen om wat weg te pikken). Toen ik 15 jaar was, wist ik “hier moet ik uit, anders ga ik er kapot aan.” De politie zat mij op de hielen. Ik had mijn vrienden bedrogen, dus ook zij zaten achter mij aan. Naar huis gaan kon niet meer, omdat ik zelfs de straat niet in mocht komen van mijn vader.
In die toestand kwam ik per ongeluk een samenkomstruimte binnen, toen ik voor een harde regenbui wilde schuilen. De mensen daar praatten met mij en baden voor mij. Ze gaven mij eten en ik kreeg wat kleding. Ik stond stom verbaasd dat zij mij zoveel aandacht schonken. Een. broeder nam mij mee naar zijn huis waar ik mocht slapen. De volgende dag legde hij uit waarom hij dit deed. Ook hij had in de drugs gezeten maar Jezus had zijn leven veranderd en dat kon Jezus ook bij mij doen, zo vertelde hij mij. Ik had niets meer te verliezen. Een leven met Jezus vond ik voorlopig de beste oplossing. Acht maanden hield ik dit leven vol, toen viel ik weer terug. Het werd toen erger met mij dan daarvoor. Tot dat ik op een dag zoveel drugs had gebruikt, dat ik dingen heb gedaan waar ik geen weet meer van heb. Pas dagen daarna werd ik wakker in een ziekenhuis. Mijn moeder en de broeder waren daar en zij zeiden tegen mij dat ik nu echt moest stoppen met de drugs omdat ik anders totaal door zou draaien. Genezing is dan niet meer mogelijk. Ik kon kiezen of ik naar Recanto da Paz wilde voor herstel of naar de gevangenis. Ik koos voor Recanto da Paz. Hier had ik een persoonlijke ontmoeting met Jezus. Hij liet mij heel duidelijk zien dat er twee wegen zijn, de smalle en de brede weg. Ik koos heel bewust voor Hem. Er moest veel worden opgeruimd in mijn leven.
Steeds meer schaamde ik mij voor alles wat ik gedaan had en hoe ik mijn ouders daardoor was kwijt geraakt. Ik had mijn beste tijd verknoeid. De Heer heeft mij in de ruimte gezet. Ik kan weer lachen en mee spelen met andere jongens. Ik ga een beroep leren. Maar het eerste wat ik wil doen is mijn ouders helpen en ze laten zien dat ik in Christus een nieuwe mens ben geworden.
Ik dank de mensen in Nederland, die het voor mij mogelijk maakten om op Recanto da Paz te herstellen.

Recanto da Paz, mei 2007

Marcelo (36 jaar)

Tot mijn 29e jaar ging alles goed. Ik was getrouwd. Wij hadden twee kinderen. Ik had werk, waarmee ik mijn gezin behoorlijk goed kon onderhouden.
Tot er op een dag een meisje naast mij kwam werken op wie ik hevig verliefd werd. Ik verwaarloosde mijn gezin, ik was steeds minder vaak thuis en loog alles aan elkaar.
Op een gegeven moment had mijn vrouw er genoeg van en zij verliet mij met onze 2 kinderen. Zo kwam ik in de familie van mijn nieuwe vriendin. Daar leerde ik haar nichtje kennen.Zij wilde ons wel leren niet langer afhankelijk te zijn van een baas. Wij huurden kamers in goede hotels en verhuurde ze dan aan vooral buitenlanders, die daar een paar uur met een vriendinnetje wilden door brengen. Dit bracht veel geld op. We kochten vervolgens een eigen ruimte waar we onze gasten onder konden brengen. Zij gingen steeds meer eisen stellen.Ze wilden dure drank op de kamers en ook drugs enz. Hierdoor gingen wij steeds meer verdienen. Wij hadden een heel systeem om meisjes uit te kiezen precies zoals de huurder het wilde hebben, vaak waren het nog kinderen. Door dit alles voelde ik mij een hele piet.
Ik ging mee drinken en drugs gebruiken. Daardoor raakte ik snel door het geld heen. Uiteindelijk moest ik alles verkopen en stonden wij op straat. Mijn vriendin wilde niets meer met mij te maken hebben. Ik probeerde op eigen kracht van de drugs en de drank af te komen, maar het lukte me niet.
Nergens kon ik werk krijgen, mijn vrouw en kinderen wilden niets meer van mij weten. Ook mijn ouders waren er achter gekomen hoe ik leefde en wilden geen contact meer met mij. Zij wonen in het zuiden van Brazilië.
Op dat punt aangekomen gaf iemand mij een foldertje van Recanto da Paz.Ik ging er heen en ik werd daar opgenomen. Ik moest werken voor mijn verblijf daar. Werk dat ik nooit had gedaan. De tweede dag, dat ik op Recanto was, moest ik helpen bij de varkens. Ik voelde me ontzettend vernederd. Totdat één van de medewerkers met mij op een boomstam ging zitten en mij het verhaal van de verloren zoon vertelde. Op diezelfde plaats nam ik Jezus aan. Ik heb nooit in mijn leven zo gehuild. Wat een bevrijding, vernieuwing en vergeving ontving ik op dat moment.
Nu heb ik maar één verlangen en dat is het herstel van mijn gezin en samen met hen de Heer te dienen.

Sitio Ester, september 2007

Rose is 14 jaar en heeft een baby van 1 jaar. (Op moment van schrijven)

Na heel veel strijd mag haar kindje nu bij haar blijven. Rose is een meisje dat door haar eigen moeder letterlijk en figuurlijk op de vuilnisbelt werd gegooid. De moeder wilde haar kind al direct na de geboorte niet meer houden. Iemand die op de vuilnisbelt werkte, redde het kindje en bracht Rose naar zijn eigen moeder. Deze bracht Rose eerst naar het ziekenhuis om haar te laten onderzoeken. Gelukkig was alles goed met de baby. Ze mocht de baby mee naar huis nemen. Maar de kinderrechter bepaalde dat zij het kindje alleen maar tijdelijk bij zich mocht houden tot dat er een pleeggezin was gevonden. Bij justitie vergaten ze het hele geval en de baby werd zeer liefdevol door deze pleegmoeder groot gebracht. Pas na vele jaren ontdekten de autoriteiten dat ze het babietje Rose vergeten waren. Justitie wilde het babietje Rose als nog laten adopteren. Maar dat wilden de pleegmoeder en Rose zelf, die onderhand 8 jaar was, niet. Het bleek overigens onmogelijk om een pleeg gezin te vinden voor een donker kind van die leeftijd. Zo bleef Rose bij deze pleegmoeder. Maar toen ze twaalf werd, werd Rose door een familielid verkracht. Ongelukkigerwijs merkte haar pleegmoeder dat niet. Rose werd heel opstandig en ging de straat op. Daar ontmoette Rose iemand, die haar met drugs in aanraking bracht en haar allerlei andere rare zaken leerde om aan geld te komen. De pleegmoeder werd steeds weer op het politie bureau geroepen. De pleegmoeder sleepte Rose dan letterlijk mee naar huis. Maar daar woonde de man die haar verkracht had, zodat ze weer weg vluchtte. Rose raakte in verwachting van haar vriend, die het kind niet wilde hebben. Ze werd gedwongen tot een illegale abortus met de nodige nare gevolgen. Na de abortus kwam Rose weer thuis maar voor zeer korte tijd. Toen haar moeder er achterkwam wat er bij haar thuis gebeurde heeft ze de man het huis uitgezet. Maar Rose bleek weer in verwachting te zijn. Maar het was niet duidelijk van wie. Rose werd naar een jeugdinstelling gestuurd, waar ze regelmatig mishandeld werd door de andere meisjes. Toen de baby geboren was, wilden de twee vaders het kind hebben.
Weer kwam de kinderbescherming tussen beiden. Er werd een D.N.A test gedaan om te zien van wie het kind was. Het kind bleek van de drugs verslaafde ex-vriend te zijn. Rose werd zonder baby bij ons gebracht. Zij was daar ontzettend verdrietig om, want zij wilde het kindje zelf opvoeden. Wij eisten dat het kindje ten minst 2x per maand 2 dagen bij haar zou zijn. Dit werd goed gekeurd, totdat haar vriend werd opgepakt voor drugs handel. Toen kreeg haar pleegmoeder de rechten voor de baby. Rose mag de baby nu helemaal bij zich hebben en ze is dol gelukkig. Ze werkt echt mee aan haar eigen herstel en is heel lief voor haar kindje.Haar pleegmoeder is een fijne gelovige. Beiden willen zij nu leven voor de Heer.

 
Recanto da Paz, december 2007

Elionai da Silva (22 jaar)

Door de liefde en genade van de Heer ben ik geheel bevrijd van de drugs.
Mijn leven was één grote puinhoop.
Ik had voortdurend last van zware depressies. Ik had geen zin meer om te leven. Ik gaf niets meer om mezelf. Mijn familie en vrienden bestonden niet meer voor mij. Alles in mij en om mij heen was één en al duisternis. Voor de toekomst was in mijn gedachten al helemaal geen plaats.
Toen nam mijn moeder mij vanuit Cauarie ( 320 kilometer van Manaus) mee naar Manaus. Mijn moeder had namelijk van Recanto da Paz gehoord en bracht mij daar naar toe.
Eerst had ik geen zin om daar naar toe te gaan. Maar ik werd op Recanto da Paz met liefde ontvangen. Ook werd ik stevig aangepakt. Heel snel begon ik te begrijpen dat mijn leven zonder God geen enkele waarde had. Ik begon te begrijpen dat ik door Hem kon worden gered uit mijn duistere leven. De dag dat ik in Recanto da Paz ben aangekomen staat dik omlijnd in mijn agenda. Op die dag heb ik een stap gezet die de redding van mijn leven heeft betekend. Ik kan u niet vertellen hoe dankbaar ik ben dat hier terecht ben gekomen. Alle medewerkers en tia Betty en Dr. Pimenta leerden mij om ernst te maken met mijn leven uit liefde voor Jezus.
Daarom wil ik mij nu blijven inzetten voor andere jongens op Recanto da Paz, die hulp nodig hebben. Ik wil hen graag tot Jezus brengen.

 
Recanto da Paz, november 2008

GETUIGENIS van een politieman

Toen ik de officiersopleiding binnen de politie deed, voelde ik mij heel belangrijk en tot alles in staat. De eerste jaren als politieofficier gingen heel goed, maar gaandeweg veranderde er steeds meer in negatieve zin. Zo als overal neemt ook in Manaus het geweld toe. Bijna iedere dag en vooral ‘s nachts renden we achter de boeven aan en dan vooral de drugshandelaren. Die maakten het ons heel wat keren erg moeilijk. Heel vaak werden we door hen voor het blok gezet: of wij lieten ze met rust of ze maakten ons af. Verschillende van mijn collega’s zijn op die manier vermoord. Op één van deze tochten was ik getuige van de gruwelijkheden die zij uit halen. Ik kwam met nog drie collega’s in de knel: 2 verloren hun leven, één is blijvend verlamd geraakt en ik kwam met 6 messteken en 2 kogels in het ziekenhuis terecht. Hierdoor raakte ik nog meer verbeten om drugshandelaren te pakken te krijgen. Maar eigenlijk was ik verschrikkelijk bang geworden en ik ging zelf drugs gebruiken. Ook ging ik drinken. Het ging toen snel bergafwaarts met mij en ik kon niet meer voor het werk op straat worden ingezet. Daarom moest ik werk op kantoor doen. Dat vond ik zeer vernederend. Ik reageerde mijn frustraties af op mijn gezin. Maria, een sociaal werkster op het werk, was een fijne gelovige. Zij probeerde mij op alle mogelijke manieren over te halen naar een herstel centrum te gaan. Ze vertelde over Recanto da Paz, waar al zoveel andere politiemensen hersteld waren. Toen mijn vrouw wegliep met mijn 3 kinderen, stortte mijn wereld in. Daarop nam ik de beslissing om opgenomen te worden.
Direct toen ik op Recanto aankwam, kreeg ik de schrik van mijn leven. Daar stond één van de jongens die mij had neergestoken voor mijn neus. Ik wou er meteen weer van door gaan. Maar hij kwam met een glimlach naar mij toe en zei tegen mij dat ik niet voor hem hoefde weg te lopen. De Heer had zijn leven veranderd. Hij vroeg of ik hem wilde vergeven. Ik stond stom verbaasd .Deze jongen was één van de meest geweldadige jongens van de onderwereld en nu stond hij daar schoon en wel en met een open en blij gezicht tegenover mij. Wat was hier gebeurd?
De leiding die dit allemaal zag gebeuren, nam mij gelijk apart en vertelde dat het leven van deze jongen totaal veranderd was. Ik hoefde niets te vrezen. Later zou ik gaan begrijpen wat voor wonder hier gebeurd was. Toen ik zag dat hij zo veranderd was ging ik ook op zoek naar redding. En die vond ik!! Nu ervaar ik vrede en heb ik geleerd om te vergeven. Tot mijn grote blijdschap heeft mijn vrouw mij een nieuwe kans gegeven. Ik ben nu terug in mijn gezin en samen mogen wij de Heer dienen. Ook kreeg ik de kans een nieuw beroep te leren. Nu werk ik als sociaal werker bij familie’s die door de drugs ontwricht zijn. Ik heb nu alle reden om de Heer te danken voor de wonderen in mijn leven en in mijn gezin.


Recanto da Paz, februari 2009

Francisco Roberto

Ik ben opgegroeid in een heel arme familie. Mijn moeder overleed na de tiende bevalling. Mijn vader kreeg toen dus de zorg voor tien kinderen. Wij moesten leven van wat mijn vader met het doen van kleine klusjes verdiende. Vaak was er geen eten in huis. Wij kinderen gingen bedelen of zochten op de markt in vuilnisbakken om iets eetbaars te vinden. Op mijn zevende jaar ging ik waterijsjes verkopen. Van de opbrengst betaalde ik mijn schoolmateriaal. Op school kregen we een maaltijd. Dan hoefden we dus niet in de vuilnisbakken te zoeken. De schoolvakanties waren daarom moeilijk voor ons. Omdat ik erg in motoren geïnteresseerd was kreeg ik een baantje, waarbij ik machines moest schoonmaken. Mijn vader zag het niet meer zitten om voor zijn gezin te zorgen en liet ons in de steek. We werden allemaal in pleeggezinnen ondergebracht. Dat liep helemaal mis. Ik werd regelmatig door mijn pleegouders in elkaar geslagen. Daarom liep ik weg en verstopte me in vervallen huizen waar ook andere kinderen verbleven. Ik kwam in de drugs terecht. En ik ging stelen om aan drugs te komen. Tot ik op een dag door iemand van de kerk naar zijn huis werd meegenomen. Ik mocht van hem studeren en ik hielp hem in de fabriek. Zo leerde ik een beroep. Ook kreeg ik vrienden in de kerk. De broeder, bij wie ik in huis was, werd overgeplaatst naar een andere stad. Met mijn 17 jaar ging ik niet met hem mee, maar bleef in verschillende fabrieken werken. Al snel ging ik niet meer om met mijn vrienden van de kerk. Ik begon te drinken en ging weer drugs gebruiken. Door mijn verslaving kon ik geen enkele baan lang houden. Op een gegeven moment werd een vriend van me door mijn schuld doodgeschoten. Alle grond werd mij onder de voeten weggeslagen. Ik raakte wanhopig. Daar kwam nog bij dat ik door een bende met een knuppel in elkaar geslagen werd. Mijn hoofdschedel was op verschillende punten verbrijzeld. Ook de rest van mijn lichaam was kapot geknuppeld. Ik lag veertien dagen in coma. De artsen hadden geen hoop meer, dat ik het er levend van zou afbrengen. Ik werd 17 keer geopereerd. In het ziekenhuis vertelde iemand mij over Jezus. Ik wilde daar eerst niets van horen. Ik kon niet geloven dat Hij van mij hield, als Hij mij zoveel problemen gaf. De broeder legde mij uit dat het niet God was die mij al die problemen gaf. Hij is een liefhebbende God. Toen ik uit het ziekenhuis kwam moest ik eerst naar een revalidatiecentrum om weer te leren lopen. Wonder boven wonder kon ik na verloop van tijd weer alles doen. Maar de drang naar drank en drugs bleef. De broeder die mij over Jezus had verteld bracht me uiteindelijk naar Recanto da Paz. Ik ben dankbaar voor de liefde en het geduld waarmee ik daar ben opgevangen. Hier hebben de medewerkers mij geholpen om terug te keren in de maatschappij. Ik ben nu in huis bij één van de broeders van de gemeente. Ik heb een goede baan gevonden en ben bezig met het herstellen van het contact met mijn familie. Wat ben ik dankbaar voor alle zegeningen van de Heer!


Sitio Ester, augustus 2009

Vijf jaar geleden kwam ik naar Ester. Zo jong als ik was – ik was twintig jaar -  had ik al een leven van veel narigheid achter de rug. Ik werd, toen ik nog een jong meisje was, verkracht op straat. Sinds ik werd verkracht leefde ik in een hel: ik had voortdurend zware depressies. Thuis was ik onhoudbaar. Ook op school ging het helemaal mis. Als gevolg van de zware depressies kwam ik in een psychiatrische instelling terecht. Ik kon het daar niet uithouden tussen al die andere psychiatrische patiënten. Het werd alleen maar steeds erger met mij. Ik kreeg steeds zwaardere medicijnen voorgeschreven. Toen ik de kans kreeg, ben ik weggelopen. Ik raakte verslaafd aan de drugs. Even leek dat de oplossing maar al snel zakte ik steeds verder weg in de ellende. Op een gegeven moment heb ik geprobeerd een einde aan mijn leven te maken. Toen ben ik naar het zendingshuis gebracht. Dokter Pimenta vroeg me of ik echt wilde veranderen. Ja, dat wilde ik wel, maar ik wist niet hoe. Zo kwam ik op Ester. Iedereen was vriendelijk en behulpzaam. De eerste avond, dat ik op Ester was, was er een samenkomst. Er werd gezongen en getuigd door een meisje dat daar ook was opgenomen. Ze vertelde hoe zij misbruikt was en daardoor depressief was geworden. Maar nu was haar leven totaal veranderd, omdat zij haar leven aan Jezus had gegeven. Haar verhaal maakte diepe indruk op mij. Ik kon eerst niet geloven dat ook ik een heel nieuw leven kon beginnen. Maar ik zag hoe de meisjes om mij heen veranderden. Omdat ik niets te verliezen had vond ik dat ik dat nieuwe leven ook wel kon proberen. De Heer veranderde mijn leven totaal. Gered, vernieuwd, bevrijd van depressies. Ik zag de wereld om mij heen met andere ogen. Toen wilde ik ook weer graag contact met mijn familie. Tia Betty ging op zoek naar mijn familie. Tenslotte kwam alleen mijn moeder op één van de bezoekdagen. Wat waren we blij om elkaar te zien. We huilden van blijdschap.
Nu vijf jaar verder, heb ik een lieve man van de Heer gekregen. Carlos is op Recanto in de opvang geweest. Samen begeleiden we nu in de kerk jeugd met problemen. We hebben allebei gestudeerd. Binnenkort gaan we samen naar een zendingsopleiding. Wij willen graag samen ons leven inzetten voor de Heer.


Sitio Ester, augustus 2010

Julia (19 jaar)

Julia is 19 jaar. Maar wat een ellendig leven heeft ze achter de rug. Haar vader was altijd dronken. Op haar veertiende vond haar moeder de dood door een verdwaalde kogel. Aangezien Julia de oudste van 11 kinderen was, moest zij voor haar broertjes en zusjes zorgen. Ze bedelde en stal om in hun levensonderhoud te voorzien. Twee van haar broertjes gingen aan de drugs. Ze waren nog maar 6 jaar en 7 jaar oud. Ze zijn beiden vermoord, hoe weet Julia niet. De kinderbescherming hield Julia voor hun dood verantwoordeljk en zo kwam ze voor 45 dagen in de gevangenis terecht. Daar raakte ze aan de drugs en verkocht ze haar lichaam voor geld. Toen ze uit de gevangenis kwam is ze overvallen door een bende en verkracht. Ze raakte steeds meer in het slop. De kinderbescherming wist geen raad meer met haar. Tenslotte kwam Julia bij Betty en Josè terecht. Met veel liefde en geduld heeft Julia weer geleerd om haar gevoelens te laten spreken: ze kan weer lachen en huilen. Samen met een zusje volgt ze het dagprogramma van Ester. Een kerk in de buurt heeft zich over haar broertjes en zusjes ontfermt: met behulp van een kleine uitkering zorgen mensen uit de kerk met veel liefde voor dit gezin. Julia wil kapster worden om zodoende de kost voor het gezin te kunnen verdienen.


Recanto da Paz, januari 2011

In de afgelopen jaren heeft Betty in het werk gezien hoe de reddende kracht van het evangelie velen in staat heeft gesteld een nieuw leven op te bouwen.
Zij vertelt in Kontakt met Manaus van maart 2011 over verschillende jonge mannen, die na hun herstelperiode in Recanto zijn doorgegaan en een goede positie hebben weten te veroveren in de maatschappij.

Marcelo

Toen Marcelo (22 jaar) verleden jaar bij ons kwam was hij totaal uitgeblust als gevolg van het drugsgebruik. Hij had allerlei soorten drugs gebruikt. Driemaal een overdosis gehad. Verschillende keren had hij in de gevangenis gezeten wegens inbraak en geweld. Alles wat maar van waarde was bij hem thuis had hij geruild voor drugs. Zijn moeder kwam hem bij ons brengen: “Ik weet het niet meer. Kijk maar of er nog iets te redden valt met hem. Ik geef het op.” Hij was opstandig en agressief toen hij aan de opvang begon. Hij hield zich al helemaal niet aan de orde en regelmaat in Recanto. Er werd heel veel voor hem gebeden. En langzamerhand begon er iets in hem te veranderen. Er begon iets nieuws in hem te leven. Hij begon mee te zingen in de samenkomsten en al heel snel zong hij ook wanneer hij alleen was in de tuin. Na een maand kwam zijn moeder op bezoek. Het eerste wat hij deed was haar om vergeving vragen. Hij huilde als een kind. Zijn moeder vertrouwde het niet: “Zuster Betty is dit echt of is het weer een nieuwe truck om hier weg te komen?”. Ik kon haar geruststellen. Er was echt iets aan het veranderen in Marcelo. Hij wilde niet weg van Recanto da Paz. Er was een lichtje in hem gaan branden, hij was echt aan het veranderen. In december ging Marcelo naar huis, een blijde gezonde man met maar één verlangen: anderen een nieuwe weg uit de drugs te wijzen.
Samen met zijn moeder ging hij het binnenland in, naar zijn geboorteplaats. Daar zocht hij jonge kinderen op die aan drugs verslaafd waren. Hij ging met ze voetballen en vertelde hun hoe de Heer hem had bevrijd van zijn drugsverslaving. Samen met zijn moeder zocht hij ook contact met de ouders. Hij gaf voorlichting over de gevolgen van drugsgebruik en hij vertelde ouders hoe de kinderen vrij van drugs konden komen. Zijn moeder bad voor hem om wijsheid en liefde, terwijl hij met de ouders en de kinderen sprak. Er werden vergaderingen gehouden met de ouders, de moeders zorgden voor eten en drinken, de vaders gingen mee doen met voetballen en luisterden naar de verhalen van Marcelo. Na twee maanden was het dorp helemaal veranderd. Daarvan getuigde de moeder in één van onze diensten. Daarop zijn nog twee moeders samen met hun zoons naar het binnenland gegaan, naar plaatsjes die ver af liggen van Manaus, waar de jeugd kapot gaat door drugsgebruik. Vanuit ons werk sturen we nu regelmatig mensen om in deze dorpen steun te bieden.


Samuel

Ik wil u ook vertellen over Samuel. Hij was één van de eerste kinderen die door ons is opgevangen. Hij was toen 8 jaar. Nu is hij 34 jaar en getrouwd met een lieve vrouw die samen met hem actief is in de kerk. Ze hebben samen drie kinderen die allemaal naar school gaan. Hij heeft een goede baan, hij monteert brommers. Hij heeft een eigen huis en een tweedehands auto. Begin dit jaar kwam hij ons opzoeken om te vertellen hoe het met hem ging. Heel blij vertelde hij hoe het hem was vergaan nadat hij bij ons hersteld was in Recanto. Eerst kwam hij in het gezinsvervangend tehuis van de zending. Met 16 jaar kreeg hij werk bij een bakker. Zes jaar later trouwde hij. Hij wilde ons bedanken dat we hem en zijn twee broertjes en drie zusjes van straat hadden gehaald. De twee zusjes zijn hersteld op Ester. Het derde zusje was mishandeld door een bende en overleed als gevolg van de verwondingen. Gelukkig gaat het met de anderen heel goed. Ze zijn allemaal op de weg van de Heer gebleven. Allen hebben een gezin.


Raimundo

Ook Raimundo kwam ons opzoeken. Hij is een prachtige forse neger. Hij straalt altijd van blijdschap. Hij is bewaker in een groot hotel. Hij is getrouwd, heeft één zoontje en woont in zijn zelf gebouwd huisje.
Dan kan ik u ook vertellen over nog een andere Marcelo. Hij is gehandicapt aan beide voeten. Al jaren is Marcelo bij ons werkzaam als klusjesman. Ook kan ik u vertellen over Riquinho, die al totaal verslaafd was toen hij nog maar 3 jaar oud was. We hebben hem met heel veel moeite van de straat gehaald. Hij werkt nu al jaren op een boerderij en komt af en toe langs om op Recanto met andere jongens te voetballen. Hij zit op een voetbalclub met de naam “Hollanda”van Rio Prèto da Eva. Steeds zegt hij tegen zijn vrienden: “Ik heb een Hollandse moeder en een Hollandse voetbalclub”.
Arlison doet het ook heel goed. Hij heeft een belangrijke functie als toezichthouder van alle buslijnen die langs Rio Prèto komen. Zijn baas zei onlangs tegen mij dat hij nog nooit zo’n goede controleur had gehad. Ook Arlison is getrouwd. Hij heeft drie kinderen. De laatste werd enkele maanden geleden geboren, in december 2010.


Sitio Ester, mei 2011

Betty vertelt over Camila

Camila werd bij ons gebracht door een werknemer van een hoge piet. Wij wilden echter graag direct contact met één van de ouders. Pa was hierdoor zeer beledigd en kwam op hoge poten bij ons. Wie ik wel was om hem in zijn belangrijk werk te storen. Ik vroeg hem om zijn werk even op zij te zetten voor zijn rol als vader. Het ging immers om het welzijn van zijn dochtertje. Hij was woest. Ik legde hem uit dat zijn status voor mij niet belangrijk was. Het ging me er om hem te laten weten dat de verhouding tussen de ouders en de dochter helemaal niet goed lag. Het was de hoogste tijd om in te grijpen .Niet alleen zijn dochtertje had hulp nodig maar ook zijn vrouw .Hij vond dit niet nodig. Ik vertelde hem dat hijzelf het grootste probleem was. “U hebt van uw kind van 11 jaar een oude vrouw  gemaakt, in haar spreken en in haar hele doen en laten. Haar kleding past niet bij een 11-jarige. Zij heeft nooit leren spelen, zingen of lachen als een kind. Haar spreken is dat van een oude vrouw. Zowel uw vrouw als uw dochter mogen alleen maar modepopjes zijn. Ze dienen voor u enkel maar als versiering. Uitgaan samen als gezinnetje is er niet bij. Als u belangrijk bezoek krijgt, moeten ma en dochter er opgeprikt bij zitten om te laten zien hoe goed u voor hen bent.” Gewoon lekker spelen mocht Camila niet. Door deze behandeling was ze opstandig en depressief. Ze wou niet meer naar school. Ze spijbelde doorlopend. Totdat het hoofd van de school haar moeder waarschuwde. Toen moest ze thuis blijven. Ze was als een gevangene. Iemand vertelde haar moeder over Ester. Zo kwam Camila op Ester. Er werd met haar een popje van wol gemaakt. Die ging overal met haar mee. Hier leerde ze de taal van de andere meisjes, leerde ze spelen en zingen. Ze kreeg van iedereen veel aandacht en liefde. Zo veranderde Camila in een vrolijk kind. Eindelijk was ze blij en vrolijk in plaats van ernstig en triest. Ze leerde een nieuwe Vader kennen met wie ze kan praten wanneer ze dat wil. Heel ontroerend waren haar gebedjes. Wij ondekten dat ze een enorm mooie stem had en begonnen met haar te zingen. Zij ontdekte zelf ook de zegen van zingen. Ze bleef geen moment meer stil.
De laatste twee jaar komt ze nog steeds af en toe bij ons niet voor verdere behandeling, maar alleen omdat Ester haar huis is geworden. We begeleidden ook haar moeder (ook een zielepoot) die alleen de mooie dame moest spelen naast pa. Ze wordt nu samen met Camila opgevangen door een christelijke gemeente. Pa zag de veranderingen in zijn vrouw en dochter. Ook merkte hij dat hij ondanks zijn hoge positie niet veel kon betekenen voor zijn gezin. Van alle kanten wordt er nu gebeden voor verandering in zijn leven. Hij raakte de vaste voet in zijn leven kwijt en al snel had hij hulp en raad nodig. Zo konden wij hem helpen samen met de voorganger. Het gaat nu heel goed met hem.


Sitio Ester, mei 2011

Claudia (23 jaar)

Vanaf mijn 16 jaar leefde ik totaal in de drugs en de prostitutie. Dit was voor mij een normaal leven. Ik kwam in contact met een sekte van duivelverering. Wij sneden ons om een bloedverbond te sluiten met de demonen. Wij leefden in groepen op begraafplaatsen en offerden wat wij weg roofden aan de duivel. Hierdoor kwam ik in een hele zware depressie en probeerde mezelf verschillende keren van het leven te beroven. Tot we op een dag een vriend van mijn vader overvielen . Hij herkende mij. Mijn vader ging toen net zolang naar mij op zoek totdat hij .mij vond. Hij eiste dat ik alles aan zijn vriend zou terug betalen. Hij nam mij mee naar huis en verplichtte me te werken totdat ik alles betaald had. Dit ging niet goed. Mijn ouders hebben namelijk een bar. Toen ik daar ging werken begon ik met iedereen mee te drinken. Mijn ouders zagen wel dat het fout met me ging. Ze hadden gehoord over Herstelcentrum Ester. Ze brachten mij bij Tia Betty. Vanaf het begin wist dat ik hier op het goede adres was voor een nieuwe toekomst. Zo kwam ik op Ester. Tio Allan en Tia Neia hebben hier de leiding . Zij vertelden mij dat ook zij ex-verslaafden waren en lieten door hun doen en laten zien. dat er echt bevrijding van die troep mogelijk is. Hier leerde ik te leven met Jezus. Ik werd vrij! Vernieuwd! Een voorganger die hier regelmatig kwam met zijn vrouw vroeg of ik bij ze wilde wonen en werken. Dit deed ik maar wat graag. Ik mocht studeren en werd behandeld als hun dochter. Na 2 jaar wilde mijn vader dat ik terug kwam naar huis om mijn ouders te helpen. Hier ging het na ruim een jaar totaal mis. Mijn vader eiste dat ik ‘s avonds hielp met bedienen in de bar. Zo leerde ik een jongen kennen en werd hopeloos verliefd. Na enkel maanden was ik in verwachting. Maar mijn vriend wilde daar niets van weten en hij liet mij in de steek. Zo kwam ik weer aan de drank om mijn verdriet weg te drinken. Ik weet niets van de bevalling af. Zo dronken was ik. Toen ik bij kwam vertelde mijn moeder dat ik een dochtertje had, maar ik mocht haar niet zien. De rechter had bepaald dat de voogdij bij mijn ouders moest komen. De baby had ernstige problemen. Pas na twee maanden mocht mijn dochtertje naar huis. Mijn moeder vertrouwde haar niet aan mij toe. Ik mocht niet bij mijn kindje komen. Opnieuw kwam ik in een  depressie terecht en liep weg van huis. Na een maand of 6 vond Pastor Eriveltor mij. Hij kende mij van Ester. Hij praatte met mijn ouders en vroeg hun of ik weer thuis mocht komen wonen. Zij wilden dat eerst niet, maar hij vroeg: ”Laten wij met haar praten. Als zij 4 dagen thuis blijft en geen drank of drugs gebruikt, mag ze dan naar Ester?” Dit wilde ik heel graag. Ik werd opnieuw opgenomen op Ester. Nu ben ik weer terug bij Jezus. Mijn dochtertje mag nu éénmaal per 14 dagen bij mij zijn. Hier leer ik voor haar te zorgen.Hier is iedereen heel goed voor mij, maar wel wordt geëist dat ik er alles aan doe om niet terug te vallen.

Samen met Neia ga ik nu twee maal in de week naar school om de achterstand in mijn studie in te halen En verder help ik op Ester, omdat ik niet wil dat ik hier gratis geholpen word. Ik ben Tia Betty , Dr Pimenta, Ray, tio Allan en tia Neia, Pastor Erivelton en u allen in Nederland heel dankbaar voor de hulp die u mij en mijn familie hebt gegeven. Ik wil nooit meer in de hel van drugs enz. terug. Ik bid voor heel veel zegen voor u allen.

Betty Smit

Rua João Valério -
Travessa São Bernardo, 37-A
Manaus A.M. CEP:69053-690
Amazonas, Brasil

Administratie

Stichting Zending Amazones
Postbus 602 - 8000 AP Zwolle
Telefoon 038-465 80 28
email: info@zending-amazones.nl

Voor giften:

Stg. Zending Amazones
ING 2711351, Zwolle
IBAN NL60 INGB 0002711351
BIC INGBNL2A

Lid van

We zijn tevens ANBI erkend