Op 18 november 1966 vertrekt Betty Smit op 23-jarige leeftijd naar Brazilië om als kinderverzorgster te gaan werken voor een kindertehuis bij een Nederlands zendelingenechtpaar.
Haar eerste kennismaking met het grote land Brazilië was geen overweldigend succes. In het kindertehuis bleek zij niet welkom te zijn. Echter door bijzondere gebeurtenissen kreeg zij het bewijs dat ze op de goede weg was.
In die periode kreeg zij voldoening in haar werk. Zij evangeliseerde, bezocht zieken, verzorgde baby's en vocht tegen de invloed van de vele boze geesten.
Kortom, zij deed alles wat haar hand vond om te doen.

Leven van indianen en rubbertappersHet werd haar duidelijk dat zij het beste functioneerde als zij er alleen op uittrok. Zij wilde haar zending in Brazilië een andere wending geven. Zij besloot daarvoor terug te keren naar Nederland. Toen het vliegtuig dat haar naar Nederland terug bracht, opsteeg van de Braziliaanse bodem, zei ze tegen zichzelf: "Hier kom ik terug. Dit wordt het land van mijn bestemming".
Betty bleef een halfjaar in Nederland. In die dagen kreeg zij het boek van Anthony van Kampen in handen: "Het land dat God vergat", over het werk onder de leprozen in de Braziliaanse staat Amazonas. Na het lezen van dit boek stond haar besluit vast. Zij zou naar Amazones gaan. Op 27 november 1968 vloog zij naar Manaus. Tot op de dag van vandaag is het Betty niet duidelijk waar destijds het reisgeld van Hfl. 2.200,-- vandaan is gekomen.

Omdat zij na aankomst in Manaus geen geschikt onderdak kon vinden bleef zij ongeveer zes weken in de woning van de Nederlandse consul.
Vanuit Manaus bracht zij het Evangelie in de dorpen rond die grote stad. Het verwonderde haar dat er vlakbij de grote stad Manaus nog zoveel mensen woonden die nog nooit van God hadden gehoord.
Maar Betty wist dat haar taak was om verder het binnenland in te gaan. Er was een praktisch probleem. Voor dat soort werk had zij een boot nodig. Met de aanschaf van een dergelijke boot was een bedrag van ongeveer Hfl. 4.000,-- gemoeid. Dat geld had ze niet. Tot haar verbazing werd er door een onbekende vanuit Nederland een bedrag van Hfl. 4.000,-- op haar bankrekening in Manaus gestort, bestemd voor het kopen van een boot.
Met deze boot begonnen haar tochten over de grote rivieren als de Rio Negro en de Amazone. Zij vertelde de mensen van het Evangelie, zij deelde voedsel en medicijnen uit. Zij gaf voorlichting over ziekten die in dit land heersten. Deze manier van werken werd haar mogelijk gemaakt door een kleine groep Nederlanders die haar regelmatig geld en goederen zonden.
Naast haar werk in de binnenlanden bleef ook de stad Manaus, en vooral de achterbuurten van die stad, haar aandacht houden. Met de gitaar en haar onafscheidelijke harmonica begeleide zij haar eigen straatevangelisatie.
Wie de achterbuurten van de stad Manaus kent, waar de armsten der aarde onder kommervolle omstandigheden leven, weet dat dit werk onnoemelijk zwaar is.
Geld voor haarzelf had Betty nauwelijks, niet eens voldoende om tijdens een aanval van malaria in het ziekenhuis te worden verpleegd. Tegenslagen bleven haar niet bespaard. Jaloezie, ongeloof, leugen en lasteringen kwamen op haar weg. Zelfs werd zij van diefstal beschuldigd. Maar het werk ging door. In april 1970 kreeg Betty een profetie om naar Porto Velho te gaan en vandaar de stam van de Pagas Novas op een afstand van 1.000 km te gaan bezoeken.

Haar werk onder de Indianen zou beginnen.

Via contacten met verschillende Indianenstammen bereikte zij in november 1970 de stam van de Cinta-Largas, een stam die met geen blanken wilde omgaan en nog nooit een blanke vrouw had gezien. De Indianen noemden haar Beja.

In deze periode had Betty veel indrukwekkende ervaringen. Zij leerde voedsel te eten waar de meeste blanken van kokhalsden. De gelukkige omstandigheid dat ze niet kon dansen, behoedde haar voor een huwelijksverbinding met een stamhoofd. Als ze zo dom was dat ze niet kon dansen, kon ze ook niet met een Indiaan trouwen.
Om haar doel te bereiken: aan deze mensen God bekend te maken, was ze bereid geen macaronisoep maar wormensoep te eten. Zij bleef een halfjaar bij de Cinta-Largas. De vertegenwoordigers van de Indianenbescherming wilden haar uit het gebied hebben.
In mei 1971, tijdens een feest van de stam waarbij vrouwen niet aanwezig mochten zijn, werd ze opgehaald met een klein vliegtuig. Niemand merkte het, maar Beja vond het bijna een vorm van verraad tegenover deze stam.  In november 1971 vertrok zij naar de stam van de Satare Maués. Tot maart 1972 bleef zij werken onder de stam van de Satare Maués. Hoewel het haar dood had moeten zijn omdat zij moest drinken van het water uit de rivier, stierf ze niet.

In september 1972 vloog zij via Suriname terug naar Nederland. De ontvangst was een stuk hartelijker dan de keer ervoor. In Nederland was langzamerhand iets meer bekend geworden over haar werk in Amazones. Tijdens haar verblijf in Nederland sprak zij op verschillende conferenties. Toch had zij zich duidelijk een doel voor ogen gesteld. Voor haar werk in Amazones had zij een boot nodig. Een boot waarmee zij niet alleen kon varen, maar waarop zij ook kon wonen en werken. Zo 'n boot zou zeker Hfl. 40.000,-- kosten. Hoe kwam zij aan dat geld? Hoewel Betty altijd zoveel mogelijk de publiciteit uit de weg wilde gaan, wist zij ook dat het bijna onmogelijk was om Hfl. 40.000,-- bij elkaar te krijgen zonder gebruik te maken van enige vorm van publiciteit. Alhoewel, wat heet onmogelijk in het leven van Betty met God?

Op zaterdag 9 september 1972 vond voor de NCRV-televisie een interview plaats tussen Jan van Hillo en "het verschijnsel Betty Smit", zoals ze toen werd genoemd. De titel van het interview luide: "De vrouw die menselijkerwijs gesproken al dood had moeten zijn". Direct na de uitzending werden haar reeds boten aangeboden en een bedrag van Hfl. 380.000,--. Betty was in één klap beroemd en rijk. Haar eerste gebed was: "Heer, leer mij nederig te blijven".

Haar vertrek naar Brazilië moest worden uitgesteld. In bijna alle grote steden in Nederland moest zij komen spreken en vertellen over haar evangelisatiewerk in Brazilië. Op 18 oktober 1972 vertrok Betty opnieuw via Suriname naar Manaus in Amazones. Wat een tegenstelling met de eerste keer dat zij vertrok naar het land dat God vergat. Gedragen door giften en het gebed van vele duizenden Nederlanders begon Betty Smit aan de tweede fase van haar leven in dienst van God in de Groene Hel van Brazilië.

Het vele geld en de nog maandelijks binnenkomende giften stellen Betty in staat ontzettend veel werk te doen. Met de boot die Betty aanschafte, de SEMA I (Serviço Missionário do Amazonas) kon Betty vanuit de haven van Manaus het binnenland in. Betty had nu niet alleen voedsel en medicijnen, maar zij kon ook deze spullen vervoeren en brengen waar zij het meeste nodig waren.

Na de televisie-uitzending is er een stichting opgericht in Nederland: Stichting Zending Amazones. Het stichtingsbestuur beheert de financiën, zorgt voor contact met de achterban via het blad Kontakt met Manaus.. Ook maakt het stichtingsbestuur maandelijks een bedrag over naar Manaus, nog steeds afkomstig van vele vaste maandelijkse bijdragen van duizenden Nederlanders die het werk steunen. Ook komen regelmatig legaten binnen. Zonder deze steun is het werk van Betty, naar de mens gesproken, niet mogelijk.
Omdat het voor buitenlanders (dat is Betty nog steeds) in Brazilië erg moeilijk is grond en gebouwen te kopen, werd in 1973 besloten ook in Brazilië een stichting op te richten: Serviço Missionário do Amazonas, naast de Nederlandse Stichting Zending Amazones. De giften uit Nederland worden maandelijks op de bankrekening van de Braziliaanse stichting gestort.

Pas in 1977 veranderde de aanpak van het werk. Toen kreeg de inmiddels gevormde Serviço Missionário do Amazonas, de beschikking over een eiland in de rivier de Rio Preto. Daar werd de kleine zendingspost Monte Sinaï gerealiseerd, die een groot gebied tot zegen zou worden. Samen met de mensen die om hulp vroegen bouwden Betty en José een ziekenhuisje, een kerk en een school. Arbeidsplaatsen ontstonden en men kreeg de gelegenheid om, met hout uit de eilandzagerij, een eigen huis te bouwen.

Leven van indianen en rubbertappersMonte Bethel volgde in 1980. Een tweede "vluchtplaats in de jungle". Het bleef bescheidener van opzet. Maar ook hier werden middelen geboden om een nieuw bestaan op te bouwen. Geestelijke, sociale, medische en economische hulp, zó dat mensen zelfstandig verder kunnen. Hulp, heel praktisch en direct geboden, variërend van het trekken van kiezen tot het geven van voorlichting over kinderverzorging. De zendingsposten gingen in de loop van de tijd steeds zelfstandiger functioneren en de leiding van de projecten werd in 1993 overgedragen aan een Braziliaanse kerk.

Vanaf 1985 is Betty de stuwende kracht van de hulpverlening aan drugsverslaafde jeugd in Manaus, een miljoenenstad in het Amazonegebied. Betty geeft nu, samen met haar Braziliaanse man, José de Almeida Pimenta, leiding aan een veertigtal medewerkers. Werken aan de toekomst van lijmverslaafde straatkinderen vergt veel en uiteenlopende talenten, maar vooral moed. Steeds opnieuw dwingt de moed van Betty respect af. Moed die anderen inspireert om, met haar, te vertrouwen op God.

Betty Smit

Rua João Valério -
Travessa São Bernardo, 37-A
Manaus A.M. CEP:69053-690
Amazonas, Brasil

Administratie

Stichting Zending Amazones
Postbus 602 - 8000 AP Zwolle
Telefoon 038-465 80 28
email: info@zending-amazones.nl

Voor giften:

Stg. Zending Amazones
ING 2711351, Zwolle
IBAN NL60 INGB 0002711351
BIC INGBNL2A

Lid van

We zijn tevens ANBI erkend